Ouderinformatie beleidsplan leesproblemen en dyslexie

BASISSCHOOL BAARDWIJK.

De leesvorderingen van alle leerlingen worden in november, januari, maart en juni besproken door leerkracht(en) en IB-er(s).

Groep 1-2

Aan de hand van de observaties en leerlingvolgsysteem worden de risicoleerlingen geselecteerd door kleuterleerkrachten en intern begeleider. Die kinderen krijgen in groep 3 extra ondersteuning in de vorm van individuele begeleiding. Dit wordt besproken met leerkrachten groep 3 en ouders.

Groep 3

Begin groep 3: De kinderen die eind groep 2 hiervoor geselecteerd zijn krijgen individuele begeleiding bij de rode piramide.

We volgen de toetsmomenten zoals die in de handleiding van Veilig leren lezen worden aangegeven.

Groep 4 tot en met 8:

Wekelijks zijn er vier leesmomenten van 30 minuten (effectieve leestijd) in groep 4, 5 en 6.In groep 7 en 8 zijn dit nog twee leesmomenten van 30 minuten per week. BAVI-lezen staat hierbij centraal. Kinderen die op en/of onder het vastgestelde minimum AVI streefniveau (zie bijlage) scoren en een D/E score halen op de DMT krijgen in deze tijd twee keer per week begeleiding van de leerkracht middels Estafette. De overige momenten doen zij mee met BAVI-lezen. Bij hardnekkige leesproblemen wordt gewerkt met RALFI-lezen. Aan de ouders van deze kinderen wordt gevraagd met behulp van de richtlijnen uit “Samen beter lezen” thuis (liefst dagelijks) te lezen met hun kind.

Aanvang groep 4:           Op basis van de toetsgegevens van eind groep 3 wordt gestart met Estafette/RALFI-leerlijnen voor de kinderen die onder het vastgestelde minimum AVI niveau scoren.

Oktober/november:        DMT leeskaart 3 + AVI leeskaarten (alle kinderen die AVI plus nog niet beheersen)

Estafette/RALFI-leerlijnen voor zwakke lln. worden op- of bijgesteld.

Januari:                         DMT kaart 3 + AVI leeskaarten (kinderen die lezen met Estafette/RALFI)

                                    CITO spelling 2010 M4

                                    CITO Begrijpend lezen 2010

Maart:                            DMT kaart 3 + AVI leeskaarten (alle kinderen die AVI plus nog niet beheersen)

Eind mei/juni:                DMT kaart 3 + AVI-leeskaarten (alle kinderen die AVI plus nog niet beheersen)

                                   CITO spelling 2010 E4

De effecten van het werken met Estafette/RALFI voor zwakke leerlingen en de eindsituatie worden beschreven. Het advies voor de begeleiding in groep 5 wordt geformuleerd en besproken met de leerkracht van groep 5.

Groep 5, 6, 7 en 8:

Dezelfde stappen als in groep 4 worden doorlopen.

EXTRA FACILITEITEN DIE GEBODEN KUNNEN WORDEN (startend aanvang of in de loop van groep 5)

De extra faciliteiten zijn gericht op het accepteren, corrigeren, remediëren, stimuleren, compenseren en dispenseren van de dyslexie. Als we merken dat we als school te weinig vorderingen boeken of door organisatorische omstandigheden te weinig individuele hulp kunnen bieden, zullen we de ouders adviseren om buitenschoolse orthopedagogische of remediërende hulp te zoeken. We verwijzen dan door naar Balans (een belangenvereniging voor ouders met kinderen leer- en/of gedragsproblemen).

De ouders zullen dan zelf verantwoordelijk zijn voor de kosten.

In overleg tussen IB-er en leerkracht wordt bepaald welke maatregelen voor welk kind gelden.

Compenserende/ dispenserende maatregelen (vanaf groep 5/6):

  • Lesstof wordt zo min mogelijk gedicteerd.
  • De leerlingen krijgen voldoende tijd om zaken van het bord over te nemen. Of zij mogen aantekeningen van een klasgenoot kopiëren.
  • Belangrijke woorden worden duidelijk op het bord geschreven.
  • Als het werktempo laag is vanwege automatiseringsproblemen, dan wordt er minder verwerkingsstof aangeboden.
  • Aantekeningen van het bord of in het werkboek kunnen gekopieerd aan de leerling worden gegeven.
  • De leerlingen krijgen de kans om proefwerken mondeling af te leggen als de schrijfvaardigheid te zwak is.
  • Als een proefwerk schriftelijk wordt gemaakt wordt niet beoordeeld op spellingfouten.
  • Gebruik maken van speciale hulpmiddelen voor kinderen met dyslexie in combinatie met materiaal van Dedicon (www.dedicon.nl). Dit moet door de ouders zelf aangevraagd worden.
  • Gebruik van een computer voor opdrachten en proefwerken (incl. gebruik van spellingcontrole).  
  • Dictees worden zoveel mogelijk met de klas geschreven meegemaakt. Als blijkt dat de dictees te moeilijk zijn en de leerling is ervoor gemotiveerd is, dan worden de dictees thuis ingeoefend. Mocht blijken dat het niveau dan nog te moeilijk is, dan worden de dictees (als dit organisatorisch mogelijk is) op de computer gemaakt. Eerst met en later zonder spellingcontrole.
  • Besloten kan worden dat een kind werkt met visuele dictees.
  • CITO-toetsen worden voorgelezen of beluisterd.
  • Methodegebonden toetsen van begrijpend lezen worden voorgelezen of beluisterd.
  • Toetsen en opdrachten worden uitvergroot.
  • Als het organisatorisch mogelijk is wordt er in of buiten de klas extra ondersteuning gegeven in een groepje of individueel.

Corrigerende maatregelen:

  • Structureren van leergedrag d.m.v. bijv. de “beertjes” van Meichenbaum.
  • Inzicht bieden in spellingstructuren, ook door een eigen spellingmap. Ook de grammaticaregels worden hierin opgenomen.
  • Onvoldoende gemaakte proefwerken mondeling herkansen.
  • Kaartjes met aandachtspunten (stappenplan, tafelkaart, spellingregel).

Accepterende maatregelen:

  • Er worden gesprekjes gevoerd met de leerlingen.
  • De leerlingen krijgen de kans om een spreekbeurt te houden over dyslexie.
  • In de klassensituatie wordt benadrukt wat de leerling goed kan.

Hulpmiddelen speciaal voor dyslectische kinderen:

  • Er zijn diverse hulpmiddelen voor dyslectische kinderen op de markt. Wij staan er voor open dat kinderen op onze school gebruik maken van het voor hen noodzakelijke hulpmiddel.

De voor het kind geldende compenserende en dispenserende maatregelen worden vanaf groep 5 in een plan van aanpak vastgelegd en dat plan van aanpak gaat mee naar de volgende klas en kan daar gedurende het schooljaar weer worden aangepast.

DE DIAGNOSE

Wanneer een kind vanaf maart/april groep 4 één of meer AVI- niveaus (achterstand een half jaar of meer) onder het vastgestelde minimumniveau (zie bijlage 4) scoort en D/E scores op de DMT haalt, gaan we over tot een intern onderzoek door de IB-er. Ouders worden hiervan vooraf op de hoogte gesteld door de IB-er.

In verband met het stellen van een voorlopige diagnose wordt ook gelet op de volgende 5 criteria:

  1. Criterium van achterstand.
  2. Criterium van gebrek aan accuratesse.
  3. Criterium tot voldoende gelegenheid tot leren.
  4. Criterium van hardnekkigheid.

5.  Criterium van een tekort in de automatisering.

Op grond van het diagnostisch onderzoek en de verzamelde resultaten/gegevens kan een vermoeden van dyslexie uitgesproken worden. Een vermoeden van dyslexie geeft recht op faciliteiten binnen de school. Deze faciliteiten zijn afhankelijk van het niveau van spelling en technisch lezen en worden door leerkracht en IB-er opgesteld. Ouders worden geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek en de faciliteiten die het kind geboden zullen gaan worden. De faciliteiten die wij bieden als Basisschool Baardwijk worden verder in dit protocol uitgewerkt.

EEN OFFICIËLE DYSLEXIEVERKLARING

Een officiële dyslexieverklaring wordt afgegeven door een gekwalificeerde orthopedagoog of psycholoog.

Een officiële dyslexieverklaring geeft recht op extra faciliteiten in het voortgezet onderwijs. Op basisschool Baardwijk gaan wij met een kind met een vermoeden van dyslexie op dezelfde manier om als met een kind met een officiële dyslexieverklaring.

Vanaf 2009 wordt het basispakket zorgverzekeringen uitgebreid met de diagnostiek en behandeling van ernstige dyslexie voor kinderen die op of na 1 januari 2001 geboren zijn. Overigens valt alleen de diagnostiek en behandeling van kinderen conform de criteria van het Protocol Dyslexie Diagnose en Behandeling binnen het basispakket. Daar waar mogelijk maken we gebruik van deze regeling voor het vaststellen van dyslexie.

In principe doen de kinderen met een “vermoeden van dyslexie” in november groep 8 mee aan een groepsonderzoek dyslexie via de SOM.

Kinderen met een ernstige vorm van dyslexie, die voor het functioneren binnen de basisschool zijn aangewezen op speciale hulpmiddelen, kunnen in lagere leerjaren in aanmerking komen voor een dyslexieonderzoek door de SOM. Dit onderzoek wordt alleen dan aangevraagd wanneer de ouders van het kind (al of niet vergoed door de ziektekostenverzekering) daadwerkelijk over willen gaan tot aanschaf van speciale hulpmiddelen waarvoor een officiële dyslexieverklaring vereist is. De school moet de noodzaak van de hulpmiddelen voor het betreffende kind onderschrijven. Er kan ook tot eerder extern onderzoek worden overgegaan als de school zelf vast loopt in de begeleiding van het kind.